'Als we geen pijn voelen, kunnen we niet weten wanneer we ons goed voelen.' Een met alcohol doordrenkt filosofietje uit Ne me quitte pas, de treurigstemmende 2DOC van regisseurs Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden over twee gelegenheidsvrienden: de Vlaamse Bob en de Waalse Marcel. Door alcohol bijeengedreven vullen zij de dagen met elkaar, ieder beladen met zijn eigen geschiedenis (bekijk de documentaire hier op Uitzending Gemist). Wat hun pijn precies is, wordt slechts ten dele duidelijk. Bij Bob is er een vrouw die hem verliet, een andere man en kleine kinderen, van de oudere Marcel blijft het verhaal schimmiger, al valt in zijn verhalen een enkele keer de naam van een vrouw en een zoon. Twee jaar lang trokken de regisseurs een week per maand op met de twee mannen, van wie Bob bivakkeerde in een huisje in het desolate dorp Oignies (Belgische Ardennen). Ze verwerkten hun in hoofdstukken verknipte relaas tot een documentaire die niet alleen in lengte aan een speelfilm deed denken: de scènes waarin een stomdronken Bob over zijn eigen huisraad dondert, zijn haast komisch, als ze niet zo triest waren. We zagen de mannen bij de tandarts. Bob belandde in een ontwenningskliniek, wat voor Marcel niet nodig was - hij dronk slechts een halve liter rum per dag, al kon het ook wel anderhalve liter zijn. Van de zelfmoord die de twee in het begin van Ne me quitte pas hadden gepland bij een boom met mos eromheen, komt niets terecht. Maar van leven komt ook weinig terecht: aan het einde gaat Marcel over zijn nek, even later slingert hij met een brommer van een spekgladde bergweg de nacht in. Bob: 'Ik ben benieuwd hoe dit gaat aflopen voor ons alletwee.'